Er kunnen geen modelgoedkeuringen, noch varianten, noch verlengingen afgeleverd worden vanaf 30 oktober 2006 op basis van de volgende besluiten :
1° het koninklijk besluit van 12 december 1960 betreffende taxameters;
..
9° het ministerieel besluit van 22 mei 1981 betreffende de EEG-modelgoedkeuring, de eerste ijk en de installatie van de taxameters;
ZieKoninklijk besluit betreffende meetinstrumenten van 13 juni 2006 verschenen op 9 augustus 2006 hieronder.
Publicatie : 1960-12-29
Gewijzigd door K.B. 22.12.66/Stbl. 31.12.66
Artikel 1. : Wat verstaat men door "taxameter”?Voor de uitvoering van dit besluit dient door taxameter verstaan te worden: elk toestel vervaardigd om in munteenheden de som aan te duiden die moet betaald worden voor het gebruik van een voertuig op grond van de afgelegde afstand (vanaf een bepaalde snelheid) en op grond van de verlopen tijd (beneden deze snelheid en bij stilstand).
Artikel 2. : Goedgekeurd model

De Minister die de Dienst van het Ijkwezen onder zijn bevoegdheid heeft, kan verbieden vanaf een door hem vast te stellen datum op de voertuigen taxameters te plaatsen, te doen plaatsen en te gebruiken, die niet overeenstemmen met een goedgekeurd model.
Hij kan verbieden, vanaf een later gelegen datum, taxameters op de voertuigen te plaatsen, te doen plaatsen of te gebruiken, die de ijking en stempeling niet ondergaan hebben.
Artikel 3. : Ijking - StempelmerkDe Minister die de Dienst van het Ijkwezen onder zijn bevoegdheid heeft, bepaalt de voorwaarden onder dewelke de modelgoedkeuringen worden toegestaan.
Hij bepaalt de voorwaarden en modaliteiten der ijking van de taxameters. Hij kan een periodieke ijking voorschrijven en bepaalt de stempelmerken.
Artikel 4. : ModelgoedkeuringenDe modelgoedkeuringen van taxameters zijn geldig tot 31 december van het tiende jaar dat volgt op dit waarin de modelgoedkeuring werd toegestaan; zij kunnen hernieuwd worden per periodes van tien jaar.
De Minister die de Dienst van het Ijkwezen onder zijn bevoegdheid heeft kan een modelgoedkeuring intrekken voor de normale vervaldag van haar geldigheid, wanneer blijkt dat taxameters die tot dit model behoren een algemeen gebrek vertonen dat slechts bij gebruik tot uiting komt.
Bij het verstrijken van de normale geldigheidsduur van een modelgoedkeuring of bij intrekking van een modelgoedkeuring, mogen de taxameters die tot deze modelgoedkeuringen behoren, op de voertuigen behouden blijven mits zij voor het overige aan de vereisten van dit besluit voldoen en behoudens algemeen voorschrift van de Minister waarbij het gebruik van zodanige taxameters verboden wordt.
Artikel 5. : Stempelmerken (vervolg)De ijking geschiedt met het doel zich te verzekeren van de goede constructie, de nauwkeurigheid en de goede werking der taxameters.
De stempeling waarborgt het bestaan dezer voorwaarden op het ogenblik der ijking.
Om tot de ijking en de gebeurlijke stempeling toegelaten te worden moeten de taxameters overeenstemmen met een model dat goedgekeurd is door dezelfde Minister.
Artikel 6. : NauwkeurigheidDe Minister die de Dienst van het Ijkwezen in zijn bevoegdheid heeft, bepaalt de nauwkeurigheid der taxameters, vereist bij de individuele ijking.
Artikel 7. : Toegelaten fout 3%Het bedrag der te betalen som, aangeduid door een taxameter geplaatst op een voertuig, mag bij normaal gebruik niet méér verschillen van de juiste waarde, dan 3% in plus of minus.
De fout vertoond door het uurwerksysteem moet begrepen zijn tussen 0 en 5% in minus.
Artikel 8. : Onjuiste aanduidingenHet is verboden op een rijtuig een taxameter te plaatsen of te gebruiken, waarvan de aanduidingen klaarblijkelijk onjuist zijn.


Elke handelswijze of tussenkomst die de vervalsing van de aanduiding of van het registreren van de te betalen som zou voor gevolg hebben is verboden.
Artikel 9. : Erkende installateursAlleen de installateurs hiertoe gemachtigd door de Minister die de Dienst van het Ijkwezen in zijn bevoegdheid heeft, mogen de taxameters op de voertuigen plaatsen.
Deze machtiging wordt enkel verleend aan de verzoekers die blijk geven van beroepseerlijkheid en beroepsbekwaamheid en eveneens beschikken over een voldoende technische uitrusting.
In geval de machtiging aan een verzoeker geweigerd wordt moeten hem de redenen van deze weigering per aangetekend schrijven medegedeeld worden.
Bij het plaatsen van een taxameter moet de gemachtigde installateur de justeringsinrichting en het gebeurlijk tussengeplaatste reductietoestel verzegelen: hij moet eveneens een bijzonder merk aanbrengen op de plaatsen door deze Minister voorgeschreven.
Artikel 10. : Installatie moet correct zijnDe installateur moet het plaatsen op correcte wijze uitvoeren, zodat de nauwkeurigheid bepaald in artikel 7 zou kunnen geëerbiedigd worden.
Onverminderd de gebeurlijke rechterlijke vervolging, kan de machtiging ontnomen worden aan de installateur die een niet correcte installatie uitgevoerd heeft. De met redenen omklede beslissing tot intrekking der machtiging wordt hem per aangetekend schrijven betekend.
Artikel 11. : De taxameter moet geplaatst worden binnenin het voertuig.In de taxi's moet de taxameter, onverminderd meer nauwkeurige bepalingen, door de gemachtigde installateur zodanig geplaatst zijn dat zijn voorzijde op elk ogenblik zichtbaar weze voor een gebruiker die zich in het voertuig bevindt.
Indien hij lager geplaatst is dan het instrumentenbord, moet zijn bovenzijde zich praktisch tegen de bodem van dit instrumentenbord bevinden; zijn voorzijde mag zich niet meer dan 20 cm achterwaarts bevinden van een vertikaal vlak gevormd door de meest vooruitspringende gedeelten van het instrumentenbord.
Artikel 12. : IjkloonOpgeheven door K.B. 22.12.66, art. 10.
Artikel 13. : KontroleDe ambtenaren en agenten bevoegd om de overtredingen van dit besluit op te sporen en vast te stellen, hebben vrije toegang tot de lokalen en voertuigen die de uitbaters van taxi's en bestelwagen-taxi's, de installateurs, de herstellers, de fabrikanten of invoerders van taxameters bestemmen voor de uitbating van hun handelsbedrijvigheid.
Zij mogen de taxi's en bestelwagen-taxi's gratis proefritten doen uitvoeren met een maximum van 2,5 km per proefrit.
Voor elke proefrit wordt een bewijs afgeleverd aan de bestuurder van het voertuig.
Artikel 14. : InwerkingtredingHet besluit treedt in werking op 1 juni 1961.

Ministerieel besluit van 22 mei 1981 betreffende de E.E.G.-modelgoedkeuring, de eerste ijk en de installatie van de betrokken taxameters.
Artikel 1. Toelating in BelgiëDe taxameters die tot een E.E.G.-goedgekeurd model behoren en die de eerste ijk hebben ondergaan overeenkomstig de bepalingen van het bij dit besluit gevoegde reglement, worden voor installatie in België toegelaten zowel als de taxameters goedgekeurd en geijkt op grond van het ministerieel besluit van 21 maart 1961, gewijzigd door de ministeriële besluiten van 21 december 1962 en 4 mei 1966.
Artikel 2. Toegepaste regelsVoor het in dienst stellen in België van de in artikel 1 genoemde taxameters:
- zijn de bepalingen van toepassing betreffende de punten 3.1.3. 1e en 2e lid, 3.1.5. 2e lid, 3.2.2. a), 3.2.3. a) en b), 3.3.3., 3.3.6., 3.3.7. en 4.1. 2e lid a) en b) van het bij dit besluit gevoegde reglement, deze voorzien door het ministerieel besluit van 21 maart 1961, gewijzigd door de ministeriële besluiten van 21 december 1962 en 4 mei 1966;
- blijft voor wat het punt 3.2.4. a) van het bij dit besluit gevoegde reglement betreft, het laatste lid van artikel 19 van het ministerieel besluit van 21 maart 1961, zoals gewijzigd door 2 van het ministerieel besluit van 21 december 1962, van toepassing;
- is gebruikmaking van de bepaling van punt 3.2.5. van het bij dit besluit gevoegde reglement  niet toegelaten en mag de bepaling in de tweede zin van punt 3.2.4. a) van genoemd reglement niet toegepast worden;
- moet, voor punt 5.3. van het bij dit besluit gevoegde reglement, de afstelling van de taxameter zelf overeenstemmen met de voorschriften van artikel 24 van het ministerieel besluit van 21 maart 1961 en de afstelling op het voertuig zodanig zijn dat voldaan wordt aan artikel 7 van het koninklijk besluit van 12 december 1960.
Dit besluit treedt in werking de dag van zijn bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.
Publicatie : 2006-08-09 FEDERALE OVERHEIDSDIENST ECONOMIE, K.M.O., MIDDENSTAND EN ENERGIE


13 JUNI 2006. - Koninklijk besluit betreffende meetinstrumenten
ALBERT II, Koning der Belgen,


Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 16 juni 1970 betreffende de meeteenheden, de meetstandaarden en de meetwerktuigen, laatst gewijzigd bij wet van 9 juli 2004;
Overwegende dat werd voldaan aan de informatieprocedure ingesteld door de richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 welke een informatieprocedure voorziet in het domein van normen en technische reglementeringen, gewijzigd door de Richtlijn 98/48/EG van 20 juli 1998;


Gelet op het gunstig advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 2 februari 2006;
Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting, gegeven op 3 maart 2006;
Gelet op het advies 40.102/1 van de Raad van State, gegeven op 13 april 2006;
Op de voordracht van Onze Minister van Economie,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. Dit besluit heeft als doel de richtlijn 2004/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de meetinstrumenten om te zetten.
De Metrologische Dienst van de Algemene Directie Kwaliteit en Veiligheid is aangeduid om de verplichtingen toe te passen opgelegd aan de lidstaten door de Richtlijn vermeld in het eerste lid van dit artikel.
Art. 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° « meetinstrument » : een apparaat of systeem met een meetfunctie dat valt onder de artikelen 3, eerste lid, en 4;
2° « onderdeel » : een apparaat, als zodanig vermeld in de specifieke bijlagen, dat onafhankelijk functioneert en samen met :
a) andere compatibele onderdelen of;
b) een compatibel meetinstrument;
een meetinstrument vormt;
3° « wettelijke metrologische controle » : de controle op de meettaken die bedoeld zijn voor het gebruiksgebied van een meetinstrument uit overwegingen van openbaar belang, volksgezondheid, openbare veiligheid, openbare orde, milieubescherming, heffing van belastingen en andere heffingen, consumentenbescherming en eerlijke handel;
4° « fabrikant » : de natuurlijke of rechtspersoon die verantwoordelijk is voor de overeenstemming van het meetinstrument met dit besluit, waarbij hij als doel heeft het onder eigen naam in de handel brengen en/of het voor eigen doeleinden in gebruik nemen van het meetinstrument;
5° « in de handel brengen » : het voor het eerst al dan niet tegen betaling in de Europese Gemeenschap beschikbaar stellen van een voor een eindgebruiker bestemd instrument;
6° « ingebruikneming » : het eerste gebruik van een voor een eindgebruiker bestemd instrument voor het doel waarvoor het is bestemd;
7° « gemachtigde » : een in de Europese Gemeenschap gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die schriftelijk door een fabrikant is gemachtigd namens deze voor specifieke taken in de zin en volgens dit besluit op te treden;
8° « geharmoniseerde norm » : een technisch voorschrift aanvaard door CEN, CENELEC, of ETSI, of door twee of door de drie organisaties gezamenlijk op verzoek van de Europese Commissie, overeenkomstig de richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 welke een informatieprocedure voorziet in het domein van normen en technische reglementeringen, gewijzigd door de Richtlijn 98/48/EG van 20 juli 1998;
9° « richtlijn 2004/22/EG » : richtlijn 2004/22/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 31 maart 2004 betreffende de meetinstrumenten;
10° « normatief document » : een document met technische specificaties dat door de Internationale Organisatie voor Wettelijke Metrologie (OIML) is vastgesteld, en onder de procedure valt zoals bedoeld in artikel 16, § 1, van de Richtlijn 2004/22/EG vermeld in artikel 1, eerste lid.
Art. 3. Dit besluit is van toepassing op de apparaten en systemen met een meetfunctie die zijn omschreven in de instrument-specifieke bijlagen betreffende watermeters (MI-001), gasmeters en volumeherleidingsinstrumenten (MI-002), wattuurmeters (MI-003), warmteverbruiksmeters (MI-004), meetsystemen voor continue en dynamische meting van hoeveelheden andere vloeistoffen dan water (MI-005), automatische weeginstrumenten (MI-006), taxameters (MI-007), stoffelijke maten (MI-008), dimensionale meetinstrumenten (MI-009) en uitlaatgasanalysatoren (MI-10).
Dit besluit is van toepassing op de in het eerste lid bedoelde meetinstrumenten voor het uitvoeren van meettaken uit overwegingen van openbaar belang, volksgezondheid, openbare veiligheid, openbare orde, milieubescherming, consumentenbescherming, heffing van
belastingen en andere heffingen, en eerlijke handel.
Art. 21. Er kunnen geen modelgoedkeuringen, noch varianten, noch verlengingen afgeleverd worden vanaf 30 oktober 2006 op basis van de volgende besluiten :
1° het koninklijk besluit van 12 december 1960 betreffende taxameters;
..
9° het ministerieel besluit van 22 mei 1981 betreffende de EEG-modelgoedkeuring,
de eerste ijk en de installatie van de taxameters;
Art. 22. § 1. Dit besluit treedt in werking op 30 oktober 2006.
§ 2. In afwijking van artikel 8, § 1, kunnen de meetinstrumenten, die overeenstemmen met een goedgekeurd model waarvoor de geldigheidsduur van de modelgoedkeuring lopende is op 30 oktober 2006, geijkt worden, in de handel gebracht worden en in gebruik worden genomen tot het verstrijken van de geldigheidsduur van de modelgoedkeuring. Voor de modelgoedkeuringen van onbeperkte duur geldt een geldigheidsduur voor een periode van maximaal 10 jaar te rekenen vanaf 30 oktober 2006.
Art. 23. Onze Minister van Economie is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 13 juni 2006.

ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Economie,
M. VERWILGHEN
Bijlage MI-007

Taxameters
De relevante eisen van bijlage I, de specifieke voorschriften en de overeenstemmingsbeoordelingsprocedures van deze bijlage zijn van toepassing op taxameters.


Definities
Taxameter
Een inrichting die samen met een signaalgenerator werkt om een meetinstrument te vormen. Deze inrichting meet de tijdsduur, en berekent de afstand op basis van een signaal dat gegeven wordt door de afstandssignaalgenerator. Daarnaast wordt het te betalen ritbedrag voor een rit berekend en getoond op basis van de berekende afstand en/of de gemeten tijdsduur van de rit.
De afstandssignaalgenerator valt niet onder de toepassing van dit besluit.
Ritbedrag
Het totale geldbedrag voor een rit op basis van een eerste aanslag en/of de lengte en/of de duur van de rit. In het ritbedrag is geen toeslag voor extra diensten begrepen.
Omschakelsnelheid
De snelheidswaarde verkregen door de deling van een uurtarief door een afstandtarief.
Normale berekeningswijze S (enkelvoudige toepassing van tarief)
Berekening van het ritbedrag gebaseerd op toepassing van uurtarief onder de omschakelsnelheid en toepassing van afstandtarief boven de omschakelsnelheid.
Normale berekeningswijze D (dubbelvoudige toepassing van tarief)
Berekening van het ritbedrag gebaseerd op de gelijktijdige toepassing van uurtarief en afstandtarief over de hele rit.
Functiestand
De verschillende standen waarin een taxameter de verschillende elementen van zijn functioneren vervult. De functiestanden worden onderscheiden door de volgende aanduidingen :
« Vrij » : De functiestand waarin de ritbedragberekening is afgezet;
« Tarief » : De functiestand waarin de ritbedragberekening plaatsvindt op basis van een eventuele eerste aanslag en een tarief voor afgelegde afstand en/of tijdsduur van de rit;
« Einde » : De functiestand waarbij het voor de rit verschuldigde ritbedrag wordt getoond en ten minste de op tijd gebaseerde ritbedragberekening is afgezet.
Ontwerpeisen
1. Een taxameter is ontworpen om de afstand en de tijdsduur van de rit te berekenen.
2. De taxameter is ontworpen om het ritbedrag, toenemend in stappen gelijk aan 10 cent, te berekenen en te tonen, in de functiestand « Tarief », en om de eindwaarde voor de rit in de functiestand « Einde » te tonen.
3. Een taxameter kan de normale berekeningsmogelijkheden S en D toepassen. Het dient mogelijk te zijn te kiezen tussen deze berekeningswijzen door middel van een beveiligde instelling.
4. Een taxameter verstrekt de volgende gegevens via (een) geschikte beveiligde interface(s) :
- functiestand : « Vrij », « Tarief » of « Einde »,
- totalisatordata bedoeld in paragraaf 15.1,
- algemene informatie : constante van de afstandssignaalgenerator, beveiligingsdatum, identificatie van de taxi, werkelijke tijd, identificatie van het tarief,
- bedrag informatie voor een rit : te betalen totaalbedrag, ritbedrag, berekening van het ritbedrag, toeslag, datum, vertrektijd, aankomsttijd, afgelegde afstand,
- informatie over het(de) tarief(ven) : parameters van het(de) tarief(ven).
Wanneer één of meerdere inrichtingen aan de interface(s) van een taxameter worden gekoppeld, wordt de werking van de taxameter door een beveiligde instelling automatisch verhinderd om redenen van het niet aanwezig zijn of niet goed functioneren van de inrichting.
5. Indien relevant, dient het mogelijk te zijn een taxameter te justeren voor de constante van de afstandssignaalgenerator waaraan hij gekoppeld zal worden en de justering te beveiligen.
Nominale bedrijfsomstandigheden
6.1. De van toepassing zijnde mechanische omgevingsklasse is M3.
6.2. De fabrikant specificeert de nominale bedrijfsomstandigheden voor het instrument, met name :
- een minimum temperatuurbereik van 80 °C voor de klimaatomgeving;
- de grenswaarden van de gelijkspanningsvoeding waarvoor het instrument is ontworpen.
Maximaal toelaatbare fouten (MTF)
7. De MTF, met uitzondering van alle fouten ten gevolge van de toepassing van de taxameter in een taxi, bedragen :
- voor de verstreken tijd : + 0,1 %, minimum waarde van de MTF : 0,2s;
- voor de afgelegde weg : + 0,2 %, minimum waarde van de MTF : 4 m;
- voor de berekening van het ritbedrag : + 0,1 %, minimum waarde van de MTF, met inbegrip van afronding : het minst significante cijfer van de ritbedrag aanwijzing.
Toelaatbaar effect van storingen
8. Elektromagnetische immuniteit
8.1. De van toepassing zijnde elektromagnetische klasse is E3.
8.2. De MTF, vermeld in paragraaf 7, gelden ook tijdens de aanwezigheid van een elektromagnetische storing.
Uitval van de elektrische voeding
9. In het geval van een daling van de voedingsspanning tot een waarde beneden de, door de fabrikant gespecificeerde, laagste grenswaarde,
- blijft de taxameter correct functioneren, of hervat zijn correct functioneren zonder verlies van de data die voor de spanningsdaling aanwezig waren, indien de spanningsdaling tijdelijk is, dat wil zeggen ten gevolge van het opnieuw starten van de motor;
- breekt de taxameter een bestaande meting af en keert naar de stand « Vrij » terug indien de spanningsdaling gedurende een langere periode optreedt.
Overige eisen
10. De voorwaarden voor de compatibiliteit tussen de taxameter en de afstandssignaalgenerator worden door de fabrikant van de taxameter gespecificeerd.
11. Indien voor een extra dienst een toeslag in rekening wordt gebracht, door de chauffeur handmatig ingevoerd, is die van het getoonde ritbedrag uitgesloten. Echter, in dat geval mag de taxameter tijdelijk de waarde van het ritbedrag inclusief de toeslag weergeven.
12. Indien het ritbedrag wordt berekend volgens berekeningswijze D mag de taxameter een extra afleesstand hebben waarin alleen de totale afstand en tijdsduur van de rit in werkelijke tijd wordt getoond.
13. Alle voor de passagiers getoonde waarden zijn duidelijk geïdentificeerd. Deze waarden en hun identificatie zijn dag en nacht duidelijk leesbaar.
14.1. Indien het te betalen ritbedrag of de tegen frauduleus gebruik te nemen maatregelen door keuze van functionaliteit uit een voorgeprogrammeerde instelling of door middel van vrije data instelling kunnen worden beïnvloed, dient het mogelijk te zijn de instellingen van het instrument en de ingevoerde gegevens te beveiligen.
14.2. De beveiligingsmogelijkheden in de taxameter laten de afzonderlijke beveiliging van de instellingen toe.
14.3. De bepalingen in paragraaf 8.3. van bijlage I zijn tevens van toepassing op de tarieven.
15.1. Een taxameter is uitgerust met een niet-terugstelbare totalisator voor alle
volgende waarden :
- de totale door de taxi afgelegde afstand;
- de totale in functiestand « Tarief » afgelegde afstand;
- het totale aantal betaalde ritten;
- het totale geldbedrag dat als toeslag in rekening is gebracht;
- het totale geldbedrag dat als ritbedrag in rekening is gebracht.
De getotaliseerde waarden omvatten de waarden die bij een uitval van de voeding overeenkomstig punt 9 zijn bewaard.
15.2. Indien de taxameter wordt losgekoppeld van de elektrische voeding, blijven de getotaliseerde waarden voor een periode van een jaar opgeslagen, met als doel de overbrenging van de waarden van de taxameter naar een ander medium.
15.3. Er dienen adequate maatregelen te worden genomen om te verhinderen dat de weergave van getotaliseerde waarden gebruikt wordt om passagiers te misleiden.
16. Een automatische omschakeling van tarief is toegestaan op grond van :
- de afstand van de rit,
- de tijdsduur van de rit,
- het tijdstip van de dag,
- de datum,
- de dag van de week.
17. Indien eigenschappen van de taxi van belang zijn voor de juistheid van de taxameter, bevat de taxameter voorzieningen om de verbinding van de taxameter met de taxi waarin deze is geïnstalleerd te beveiligen.
18. Om de taxameter na installatie te kunnen testen, is de taxameter uitgerust met de mogelijkheid de nauwkeurigheid van de tijds- en afstandsmeting en de nauwkeurigheid van de berekening afzonderlijk te testen.
19. Een taxameter en de door de fabrikant gespecificeerde installatievoorschriften zijn zodanig dat, indien de taxameter is geïnstalleerd overeenkomstig de voorschriften van de fabrikant, frauduleuze wijzigingen van het meetsignaal die de afgelegde weg representeert in voldoende mate zijn uitgesloten.
20. Aan de algemene essentiële eis over frauduleus gebruik, dient op zodanige wijze te worden voldaan dat de belangen van de klant, de chauffeur, de werkgever van de chauffeur en de fiscale instanties worden beschermd.
21. Een taxameter wordt op zodanige wijze ontworpen dat het zonder justering aan de MTF kan voldoen gedurende een periode van één jaar van normaal gebruik.
22. De taxameter wordt uitgerust met een real-time klok die het tijdstip van de dag en de datum bijhoudt, waarvan één of beide gebruikt kan worden voor automatische omschakeling van tarief. De eisen voor de real-time klok zijn :
- de tijdsmeting heeft een nauwkeurigheid van 0,02 %,
- de correctiemogelijkheid van de klok is niet meer dan 2 minuten per week. Correctie voor zomer- en wintertijd wordt automatisch uitgevoerd,
- alle correctie tijdens een rit, automatisch of handmatig, wordt verhinderd.
23. De waarden van de afgelegde afstand en de verstreken tijd indien overeenkomstig dit besluit getoond of afgedrukt zijn, gebruiken de volgende eenheden :
Afgelegde afstand :
- in het Verenigd Koninkrijk en Ierland : tot de datum die wordt vastgesteld door deze lidstaten overeenkomstig artikel 1, punt b) van Richtlijn 80/181/EEG, plaatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 89/617/EEG : kilometers of mijlen;
- in alle andere lidstaten : kilometers.
Verstreken tijd :
- seconden, minuten of uren, al naar gelang geschiktheid, rekening houdend met de
noodzakelijke resolutie en de behoefte om misverstanden te voorkomen.
Overeenstemmingsbeoordeling
De in artikel 9 bedoelde overeenstemmingsbeoordelingsprocedures waaruit de fabrikant kan kiezen, zijn de volgende :
B + F, B + D of H1.
Gezien om gevoegd te worden bij Ons besluit van 13 juni 2006 betreffende meetinstrumenten.

ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Economie,
M. VERWILGHEN


 


↑ TOP